Bij een procedure met een gering belang heeft de belanghebbende geen recht op een vergoeding van geleden immateriële schade vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. Hof Arnhem-Leeuwarden bepaalt dat het daarbij gaat om het belang volgens het standpunt van de belanghebbende. Het daadwerkelijke financiële voordeel dat hij met de procedure behaalt, is dus niet van belang.

In de desbetreffende zaak was een man een beroepsprocedure begonnen omdat hij vond dat de Belastingdienst hem € 28 te weinig Irimierente had vergoed. De Rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat de fiscus de man nog € 7 moest vergoeden. Zie ook NTFR 2019/1069. De man gaat echter in hoger beroep omdat de redelijke termijn is verstreken. De Belastingdienst stelt dat de man geen recht heeft op een immateriële schadevergoeding. Het belang is immers maar € 7, zo redeneert de fiscus. Maar het hof verwerpt dit standpunt. Bij het bepalen van het belang gaat het om het belang dat de belanghebbende voor ogen staat. Het gaat dus om een bedrag van € 28. Dit is meer dan het drempelbedrag van € 15. Het hof kent de man daarom een immateriële schadevergoeding toe van € 3.500 exclusief wettelijke rente.

Wet: art. 28c en 29 Iw

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2021 (gepubliceerd 30 april 2021), ECLI:NL:GHARL:2021:4041, 19/00611

Lees meer: Belang van € 28 levert € 3.500 aan schadevergoeding op (link opent nieuwe webpagina)

Bron: Taxence

Belang van € 28 levert € 3.500 aan schadevergoeding op
Getagd op: