De NOB heeft gereageerd op de Concept-paragraaf voor digitaal procederen bij de derde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden, welke paragraaf zal worden opgenomen in het procesreglement van de Hoge Raad.

De verplichting om bij indiening van een beroepschrift in cassatie nogmaals een uittreksel te verstrekken, is onnodig kostenverhogend, te meer ondat het Handelsregister een openbaar register is en derhalve voor een ieder toegankelijk.

De Orde merkt op dat voor het geval waarin zowel de belastingplichtige als de staatssecretaris beroep in cassatie instellen in combinatie met digitaal procederen, de zaken zoals ook nu het geval is, door de Griffie op de juiste wijze aan elkaar worden gekoppeld. Om onnodige verwarring bij partijen te vermijden, is het volgens de Orde nuttig om aan bedoelde situatie en de rol van de Griffie daarbij enkele woorden te wijden in het procesreglement.

Niet-natuurlijke personen

Verder vraagt de Orde nog aandacht voor de niet-natuurlijke persoon, zoals een stichting, die procedeert zonder gebruik te maken van professionele bijstand. Deze is verplicht om digitaal te procederen met als gevolg dat, onder omstandigheden uitsluitend voor dit doel, een eHerkenningsmiddel dient te worden aangeschaft. De kosten van de procesgang bestaan dan naast het griffierecht uit de kosten van het eHerkenningsmiddel. De Orde geeft in overweging, eventueel voor bepaalde gevallen, een tegemoetkomende regeling te treffen.

Meer informatie: NOB, 12 februari 2020

Lees meer: NOB: onnodige kosten bij digitaal procederen derde kamer HR (link opent nieuwe webpagina)

Bron: Taxence

NOB: onnodige kosten bij digitaal procederen derde kamer HR
Getagd op: